Selecteer een pagina

We drinken koffie met uitzicht over de grachten in de binnenstad. Het hartje van de stad, een verborgen vide waar het tafeltje aan het raam altijd vrij blijft. Zelfs op zondag. Terwijl de mensen buiten druk over straat krioelen – het is vakantie en toeristen hebben ‘Amsterdam maar dan kleiner’ dit jaar ook ontdekt – delen wij een stuk taart en heet nieuws. Het onvermijdelijke is haast ongemakkelijk; ze weet alles al.

ALLES STAAT ONLINE

Toen ik een kleine tien jaar geleden voor het eerst mijn eigen plekje op het internet claimde, vermeed ik iedere uiting die naar mij herleid kon worden. We hebben het over 2009, 2010 misschien, waarin je emailadres beter niet je voor- en achternaam bevatte en zes keer in- en uitloggen op msn de meest succesvolle versiertruc was. Het duurde niet lang voordat mijn anonieme blog steeds meer seintjes naar de werkelijkheid ging bevatten. Ik verruilde mijn privacy voor het luchten van mijn hart. Voor het verbinden met gelijkgestemden. Voor het verwerken van gedachten. En hoewel ik dat allemaal heel bewust deed, kan ik niet ontkennen dat het me zo nu en dan nog steeds benauwt.

Het was al vrij vroeg dat ik ontdekte dat met het delen van mijn dagboek, iedere mogelijkheid op een alibi verdween. Ik was vijftien en had mijn eerste bijbaan gefixt. Twee keer twee uurtjes per week vakkenvullen bij de supermarkt in het dorp, net als mijn klasgenoten. Wat vond ik dat sáái. Takkewerk. Ik weet nog dat ik wel eens hoopte dat ik ook een keer ziek was op dinsdag, dan hoefde ik niet te werken. Dat bleek een gegronde reden want de keren dat het hele vulteam compleet was, zijn zonder twijfel op één hand te tellen. Maar ze waren helemaal niet ziek. Ze hadden gewoon geen zin. Of het kwam niet uit. Of de kat van de buurvrouw was dood, zoiets. Zo’n excuus vond ik logistiek een hele opgave, want hoe zou ik dat dan verwoorden op mijn blog? Moet ik mezelf dan langzaam ziek ‘schrijven’ in aanloop naar de dinsdag? Ik deed het niet, nooit.

Niet alleen dwingt mijn blog me om eerlijk te zijn, het zorgt er ook voor dat iedereen altijd van alles op de hoogte is. Maar dan ook echt iedereen. Ik hoefde mijn ex niet te vertellen dat het goed met mij ging; dat kon hij zelf ook wel lezen. Ik heb een tijdje in Griekenland gewoond en zonder dat we wekelijks uitgebreid belden, wist mijn moeder precies wat ik daar deed. Want dat kon ze lezen. En mijn tantes ook, en vriendinnen die ik al jaren geleden uit het oog ben verloren ook. Ik kan me zomaar voorstellen dat de behoefte om mij in real life te spreken hiermee ook afneemt, maar dat is slechts een vermoeden.

Hoeveel we niet werden en worden gewaarschuwd voor die sociale afstand door het internet – al is dat natuurlijk maar net hoe je het bekijkt – en het delen van gevoelige informatie. Ik lap alle regels aan mijn laars en dat al een decennium lang. Soms denk ik dat ik mezelf voor de gek hou, dat ik heus wel weet dat ik iets onverstandigs doe maar dat ik er gewoon (nog) niet aan wil. Een hele lange ontkenningsfase. “Joh, ik ben een open boek,” zeg ik dan, “ik hoef toch geen minister president te worden”. Maar het is natuurlijk veel meer. Ik digitaliseer mezelf in de levens van anderen: dat wat zij zien, wordt dat wat ik ben.