IMG_3860

Het afgelopen decennia is de financiële situatie van Griekenland in een hele diepe put terecht gekomen. Als een gevolg hiervan is het aantal daklozen sterk gestegen. De armoede in Griekenland is een groter probleem dan je zou vermoeden met zonvakanties naar Kreta in je achterhoofd. Vooral in de grote steden zijn daklozen en bedelaars een vast onderdeel van het straatbeeld, zo ook in Thessaloniki. Er is geen geld voor hulp.

Deze column heb ik geschreven voor SPAT, een studentenplatform waar je op een professionele manier kunt werken aan je schrijfskills. Edit 2020: dit platform bestaat nu niet meer. 

Het komende half jaar woon ik in Griekenland. Ik zal hier studeren, wc-papiertjes netjes in het daarvoor bedoelde mandje gooien, de was ophangen op het balkonnetje: gewoon op en top wonen in het prachtige Griekenland. Met mijn nepblonde haar blend ik perfect in de bevolking van Thessaloniki. Het enige waar je het misschien aan kunt zien, is het gegeven dat ik met mijn melkflessen lekker in de brandende zon ga zitten terwijl de locals niet uit de schaduw komen. Terwijl ik een dolmadakia naar binnen prop, parkeert een mager vrouwtje haar kinderwagen voor mijn neus. Of ik geld voor d’r heb, mijn stokbrood hoeft ze overigens niet.

Het is de zoveelste die ik afwijs door ‘nee’ te schudden. En daar voel ik me best een beetje schuldig over, zeker als ik vervolgens zonder blikken of blozen de rekening vraag en het bedrag naar boven afrond. Ik ken niet veel mensen die bedelaars op straat wat geld toespelen, ik denk er vaak niet eens over na en wil zo snel mogelijk van ze af.

Zo ben ik met mijn dronken kop ooit akkoord gegaan met een bijdrage voor Plan Nederland. Godzijdank was dit eenmalig, maar vervolgens kreeg ik iedere twee weken een mail met de vraag of ik tóch nog wat centjes overhad voor de meisjes. Ik had meer het gevoel dat ik ergens in was getrapt dan dat ik daadwerkelijk had bijgedragen aan een betere wereld. De vrouw met de kinderwagen staat er nog steeds, ik ontwijk haar blik die ze stug op mij gericht houdt. Het voelt alsof het hele terras mij aanstaart en ik weet ook nu niet of ik er goed aan doe om toe te geven.

Ik hoop dan in ieder geval dat ze bananen gaat kopen van mijn geld, maar wat als ze het uitgeeft aan sigaretten? Daarnaast stikt het in de grote steden van de criminele organisaties die handelen in kinderen, dieren of gehandicapten om via hen geld binnen te halen. De kans dat het kind in de wagen voor me ook onderdeel is van dit circuit, is aannemelijk. Daarbij zijn tijdens de crisis niet alleen meer individuen, maar ook hele families dakloos geworden. Griekenland zit zo ver in de rotzooi dat er geen geld is voor deze gezinnen, waardoor ze volledig zijn toegewezen aan non-governmentele organisaties.

Voor het imago van Thessaloniki, en daarmee de Griekse maatschappij, doet een straatbeeld vol daklozen en bedelaars niet veel goeds. Geen wonder dat veel andere Europese steden investeren in de bestrijding hiervan. En daar zit het ‘m in: bestrijding, door ze te helpen op weg naar een menswaardiger bestaan. Precies dát gebeurt dus niet in Griekenland, en die ene toerist die een eurootje geeft, maakt het verschil niet. Deze mensen moet je hoop, houvast en vooral een kans geven: het probleem zit veel dieper. Dat zie je niet vanuit je hotelletje op Kreta – ik spreek uit ervaring, geen zorgen – maar daar kan ik ondertussen wel wat columns mee vullen.